Hoe krijgen ze het vliesje van mandarijnen in blik?

Mandarijnen uit blik. Lekker in een feestelijke fruitcocktail of op een verjaardagstaart. Maar met de partjes is er iets bijzonders. Ze hebben helemaal geen vliesje. Hoe krijgen ze dat voor elkaar? Laatst vroeg een leerling dit ook aan mij, de Keuringsdienst van Waarde zocht het uit.

Als je het zelf probeert, merk je dat dit niet makkelijk is, of beter gezegd: onmogelijk. Terwijl die uit het blikje er piekfijn uitzien. Hoe doen ze dat? De meeste blikmandarijnen die we eten komen van ver. Uit Spanje of uit het land waar ze zelfs Mandarijn praten: China. In de fabrieken staat een leger aan personeel mandarijnen te pellen. Elke 10 seconden één mandarijn, 360 per uur, 3600 per dag. En dan gaan de partjes met zijn allen in bad.

Dit is niet zomaar een bad, het velletje zit namelijk zo vast dat het met mensenhanden of met een machine met geen mogelijkheid los te krijgen is. De enige manier is door ze onder te dompelen in een speciale vloeistof. Het bijtende goedje waar de mandarijnen in liggen is natronloog (NaOH-oplossing). Iets wat je misschien beter kent als gootsteenontstopper.

Natronloog is een zogenaamde base die het velletje van de mandarijn aanvalt en in minuscule stukjes uit elkaar laat vallen tot er niks meer overblijft. In hoge concentratie vreet het dus ook de troep op die in je gootsteen is achtergebleven. Je kan het ook maar beter niet op je handen krijgen. Het brandt zelfs zo hard dat een berucht Mexicaans drugskartel het gebruikte om 300 lijken tot op de laatste vezel te laten verdwijnen. En in dat goedje liggen dus onze mandarijnen.

De vier kilometer die ze door een soort chemische glijbaan gaan is precies genoeg om het velletje af te breken, maar de rest van het mandarijnenpartje heel te houden. Om het agressieve bad te neutraliseren doen ze er daarna zoutzuur (HCl-oplossing) bij. En geloof het of niet, gooi die twee gevaarlijke dingen bij elkaar en je krijgt doodgewoon drinkbaar (zout) water. En lekkere mandarijnenpartjes, zonder vliesjes.

In 2013 ging een opdracht uit het centraal examen NASK 2 voor VMBO GL/TL over dit proces, waarbij de vragen o.a. gingen over monomeren, polymeren, neutralisatiereacties en blokschema’s.

(Bron afbeelding: Kookfans.nl)

Waar komt de oliebol vandaan?

Steevast eten we met Oud & Nieuw (zelfgebakken) oliebollen, gevuld met rozijnen, appel of krenten en vaak bestrooid met een flinke laag poedersuiker. Maar waar komen oliebollen vandaan?

Over de herkomst van de oliebol gaan meerdere theorieën. De aardigste verwijst naar het Joelfeest dat men lang geleden vierde tussen 26 december en 6 januari. De Friezen en de Bataven maakten gefrituurde baksels uit angst voor de kwade geesten die ’s avonds ronddwaalden, waaronder de Germaanse godin Perchta. Om deze geesten tevreden te stellen werd voedsel geofferd, waarvan het meeste in gefrituurd deeg zat. Door de grote hoeveelheid vetten in die baksels dacht men dat het zwaard van Perchta van je lichaam zou afglijden, mocht ze je willen open snijden.

Waarschijnlijker is dat de oorsprong aan het einde van de middeleeuwen ligt. Daar vastten de mensen van 11 november tot Kerst (25 december). Na die vastenperiode ging men oliekoeken (gemaakt van houdbare grondstoffen, want al het verse voedsel was immers al op) eten met veel calorieën om aan te sterken en de koude dagen door te komen. Deze koeken zijn in de loop der tijd veranderd in bollen.

De derde optie – waarschijnlijk in combinatie met de tweede – is dat de oliebol uit Portugal komt. Het vermoeden bestaat dat de Portugese Joden die tijdens de Spaanse Inquisitie naar Nederland zijn gevlucht hun recepten meenamen. In Portugal at men destijds al iets wat op oliebollen lijkt: oliekoeken met (gedroogde) zuidvruchten. De olie zou verwijzen naar de olie uit de eeuwig brandende lamp in de tempel van Jeruzalem.

De echte herkomst van de oliebol is dus niet helemaal duidelijk, maar één ding weten we wel: ze zijn erg lekker! Fijne jaarwisseling voor iedereen!

(Bron afbeelding:  Van Gilse)